De Koran lezen
Arabische tekst, vertaling en recitatie per aya.
الطَّارِقِ
At-Taariq · Juz 30 · Pagina 591
Hamzat wasl
Madd (normaal)
Madd (verplicht)
Madd (toegestaan)
Qalqalah
Ghunnah
Idghaam
Stille letter
◆
الطَّارِقِ
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
◆
١
وَٱلسَّمَآءِ وَٱلطَّارِقِ١
Bij de hemel en de nachtster!
٢
وَمَآ أَدْرَٮٰكَ مَا ٱلطَّارِقُ٢
En hoe kom jij te weten wat de nachtster is?
٣
ٱلنَّجْمُ ٱلثَّاقِبُ٣
De doordringende ster.
٤
إِن كُلُّ نَفْسٍ لَّمَّا عَلَيْهَا حَافِظٌ٤
Er is niemand voor wie er geen bewaker is.
٥
فَلْيَنظُرِ ٱلْإِنسَـٰنُ مِمَّ خُلِقَ٥
De mens moet maar eens kijken waaruit hij geschapen is.
٦
خُلِقَ مِن مَّآءٍ دَافِقٍ٦
Geschapen is hij uit gutsend vocht,
٧
يَخْرُجُ مِنۢ بَيْنِ ٱلصُّلْبِ وَٱلتَّرَآئِبِ٧
dat tussen de lendenen en de ribben tevoorschijn komt.
٨
إِنَّهُۥ عَلَىٰ رَجْعِهِۦ لَقَادِرٌ٨
Om hem terug te brengen, daartoe heeft Hij de macht,
٩
يَوْمَ تُبْلَى ٱلسَّرَآئِرُ٩
op de dag dat de geheimen worden getoetst.
١٠
فَمَا لَهُۥ مِن قُوَّةٍ وَلَا نَاصِرٍ١٠
Dan heeft hij geen kracht en geen helper.
١١
وَٱلسَّمَآءِ ذَاتِ ٱلرَّجْعِ١١
Bij de hemel met zijn kringloop!
١٢
وَٱلْأَرْضِ ذَاتِ ٱلصَّدْعِ١٢
Bij de aarde die uitbot!
١٣
إِنَّهُۥ لَقَوْلٌ فَصْلٌ١٣
Het zijn beslissende woorden.
١٤
وَمَا هُوَ بِٱلْهَزْلِ١٤
Het is geen scherts.
١٥
إِنَّهُمْ يَكِيدُونَ كَيْدًا١٥
Zij beramen een list.
١٦
وَأَكِيدُ كَيْدًا١٦
En Ik zal een list beramen.
١٧
فَمَهِّلِ ٱلْكَـٰفِرِينَ أَمْهِلْهُمْ رُوَيْدَۢا١٧
Geef de ongelovigen dan maar uitstel, verleen hun enig uitstel.
◆
الأَعۡلَىٰ
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
◆
١
سَبِّحِ ٱسْمَ رَبِّكَ ٱلْأَعْلَى١
Prijs de naam van jouw Heer, de hoogste,
٢
ٱلَّذِى خَلَقَ فَسَوَّىٰ٢
die geschapen heeft en gevormd
٣
وَٱلَّذِى قَدَّرَ فَهَدَىٰ٣
en die geordend heeft en de goede richting gewezen
٤
وَٱلَّذِىٓ أَخْرَجَ ٱلْمَرْعَىٰ٤
en die het weidegras laat opkomen
٥
فَجَعَلَهُۥ غُثَآءً أَحْوَىٰ٥
en het daarna dor en grauw maakt.
٦
سَنُقْرِئُكَ فَلَا تَنسَىٰٓ٦
Wij zullen jou laten voorlezen en jij zult het niet vergeten,
٧
إِلَّا مَا شَآءَ ٱللَّهُۚ إِنَّهُۥ يَعْلَمُ ٱلْجَهْرَ وَمَا يَخْفَىٰ٧
behalve wat God wil -- Hij kent wat openbaar is en wat verborgen blijft.
٨
وَنُيَسِّرُكَ لِلْيُسْرَىٰ٨
Wij leggen jou namelijk een gemakkelijke taak op.
٩
فَذَكِّرْ إِن نَّفَعَتِ ٱلذِّكْرَىٰ٩
Vermaan dus, als de vermaning nut heeft.
١٠
سَيَذَّكَّرُ مَن يَخْشَىٰ١٠
Wie vreest zal zich laten vermanen.
١١
وَيَتَجَنَّبُهَا ٱلْأَشْقَى١١
Maar vermijden zal het de ellendeling
١٢
ٱلَّذِى يَصْلَى ٱلنَّارَ ٱلْكُبْرَىٰ١٢
die in het grote vuur zal braden.
١٣
ثُمَّ لَا يَمُوتُ فِيهَا وَلَا يَحْيَىٰ١٣
Hij zal daarin dan niet sterven en niet leven.
١٤
قَدْ أَفْلَحَ مَن تَزَكَّىٰ١٤
Maar welgaan zal het wie zich loutert,
١٥
وَذَكَرَ ٱسْمَ رَبِّهِۦ فَصَلَّىٰ١٥
de naam van zijn Heer noemt en de salaat bidt.
Pagina 591 · ٥٩١