De Koran lezen
Arabische tekst, vertaling en recitatie per aya.
القَلَمِ
Al-Qalam · Juz 29 · Pagina 566
Hamzat wasl
Madd (normaal)
Madd (verplicht)
Madd (toegestaan)
Qalqalah
Ghunnah
Idghaam
Stille letter
٤٣
خَـٰشِعَةً أَبْصَـٰرُهُمْ تَرْهَقُهُمْ ذِلَّةٌۖ وَقَدْ كَانُواْ يُدْعَوْنَ إِلَى ٱلسُّجُودِ وَهُمْ سَـٰلِمُونَ٤٣
terwijl zij met hun deemoedige blikken met vernedering overdekt worden. Toch waren zij opgeroepen zich eerbiedig neer te buigen toen zij nog in veiligheid waren.
٤٤
فَذَرْنِى وَمَن يُكَذِّبُ بِهَـٰذَا ٱلْحَدِيثِۖ سَنَسْتَدْرِجُهُم مِّنْ حَيْثُ لَا يَعْلَمُونَ٤٤
Laat Mij dan maar met hen die dit bericht loochenen; Wij zullen hen gaandeweg tot vernietiging brengen zonder dat zij het weten.
٤٥
وَأُمْلِى لَهُمْۚ إِنَّ كَيْدِى مَتِينٌ٤٥
En Ik zal hun uitstel geven. Mijn list staat vast.
٤٦
أَمْ تَسْــَٔلُهُمْ أَجْرًا فَهُم مِّن مَّغْرَمٍ مُّثْقَلُونَ٤٦
Of vraag jij hun loon, zodat zij met betalingsverplichtingen belast zijn?
٤٧
أَمْ عِندَهُمُ ٱلْغَيْبُ فَهُمْ يَكْتُبُونَ٤٧
Of is het verborgene bij hen zodat zij het kunnen opschrijven?
٤٨
فَٱصْبِرْ لِحُكْمِ رَبِّكَ وَلَا تَكُن كَصَاحِبِ ٱلْحُوتِ إِذْ نَادَىٰ وَهُوَ مَكْظُومٌ٤٨
Volhard dus geduldig tot aan het oordeel van jouw Heer. En wees niet als hij die in de vis was toen hij vol ingehouden woede tot zijn Heer riep.
٤٩
لَّوْلَآ أَن تَدَٲرَكَهُۥ نِعْمَةٌ مِّن رَّبِّهِۦ لَنُبِذَ بِٱلْعَرَآءِ وَهُوَ مَذْمُومٌ٤٩
Als hem geen genade van zijn Heer bereikt had was hij, verafschuwd als hij was, op een onbegroeide plaats uitgeworpen.
٥٠
فَٱجْتَبَـٰهُ رَبُّهُۥ فَجَعَلَهُۥ مِنَ ٱلصَّـٰلِحِينَ٥٠
Maar zijn Heer verhoorde hem en maakte hem tot een van de rechtschapenen.
٥١
وَإِن يَكَادُ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ لَيُزْلِقُونَكَ بِأَبْصَـٰرِهِمْ لَمَّا سَمِعُواْ ٱلذِّكْرَ وَيَقُولُونَ إِنَّهُۥ لَمَجْنُونٌ٥١
Zij die ongelovig zijn laten jou met hun blikken bijna uitglijden, wanneer zij de vermaning horen en zij zeggen: "Hij is bezeten."
٥٢
وَمَا هُوَ إِلَّا ذِكْرٌ لِّلْعَـٰلَمِينَ٥٢
Toch is het niets anders dan een vermaning voor de wereldbewoners.
◆
الحَاقَّةِ
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
◆
١
ٱلْحَآقَّةُ١
De verwerkelijking!
٢
مَا ٱلْحَآقَّةُ٢
Wat is de verwerkelijking?
٣
وَمَآ أَدْرَٮٰكَ مَا ٱلْحَآقَّةُ٣
En hoe zul jij te weten komen wat de verwerkelijking is?
٤
كَذَّبَتْ ثَمُودُ وَعَادُۢ بِٱلْقَارِعَةِ٤
De Thamoed en de 'Aad loochenden de catastrofe.
٥
فَأَمَّا ثَمُودُ فَأُهْلِكُواْ بِٱلطَّاغِيَةِ٥
De Thamoed nu, zij werden door het grote geweld vernietigd.
٦
وَأَمَّا عَادٌ فَأُهْلِكُواْ بِرِيحٍ صَرْصَرٍ عَاتِيَةٍ٦
Maar de 'Aad, zij werden door een gierende en razende wind vernietigd
٧
سَخَّرَهَا عَلَيْهِمْ سَبْعَ لَيَالٍ وَثَمَـٰنِيَةَ أَيَّامٍ حُسُومًا فَتَرَى ٱلْقَوْمَ فِيهَا صَرْعَىٰ كَأَنَّهُمْ أَعْجَازُ نَخْلٍ خَاوِيَةٍ٧
die Hij hen zeven nachten en acht dagen ononderbroken liet ondergaan. En je zou de mensen er hebben kunnen zien liggen alsof zij ontwortelde, holle palmstronken waren.
٨
فَهَلْ تَرَىٰ لَهُم مِّنۢ بَاقِيَةٍ٨
Zie jij nog overblijfselen van hen?
Pagina 566 · ٥٦٦