De Koran lezen
Arabische tekst, vertaling en recitatie per aya.
المُلۡكِ
Al-Mulk · Juz 29 · Pagina 562
Hamzat wasl
Madd (normaal)
Madd (verplicht)
Madd (toegestaan)
Qalqalah
Ghunnah
Idghaam
Stille letter
◆
المُلۡكِ
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
◆
١
تَبَـٰرَكَ ٱلَّذِى بِيَدِهِ ٱلْمُلْكُ وَهُوَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ١
Gezegend zij Hij in wiens hand de heerschappij is en Hij is almachtig.
٢
ٱلَّذِى خَلَقَ ٱلْمَوْتَ وَٱلْحَيَوٲةَ لِيَبْلُوَكُمْ أَيُّكُمْ أَحْسَنُ عَمَلاًۚ وَهُوَ ٱلْعَزِيزُ ٱلْغَفُورُ٢
Hij die de dood en het leven geschapen heeft om jullie op de proef te stellen wie van jullie het beste is bij wat hij doet; Hij is de machtige, de vergevende.
٣
ٱلَّذِى خَلَقَ سَبْعَ سَمَـٰوَٲتٍ طِبَاقًاۖ مَّا تَرَىٰ فِى خَلْقِ ٱلرَّحْمَـٰنِ مِن تَفَـٰوُتٍۖ فَٱرْجِعِ ٱلْبَصَرَ هَلْ تَرَىٰ مِن فُطُورٍ٣
Hij die zeven hemelen in lagen heeft geschapen. Je ziet in de schepping van de erbarmer geen tekortkoming. Kijk dan eens om of jij onvolkomenheden ziet.
٤
ثُمَّ ٱرْجِعِ ٱلْبَصَرَ كَرَّتَيْنِ يَنقَلِبْ إِلَيْكَ ٱلْبَصَرُ خَاسِئًا وَهُوَ حَسِيرٌ٤
En kijk nog eens tweemaal om, dan zul je jouw ogen beschaamd neerslaan, vermoeid als zij zijn.
٥
وَلَقَدْ زَيَّنَّا ٱلسَّمَآءَ ٱلدُّنْيَا بِمَصَـٰبِيحَ وَجَعَلْنَـٰهَا رُجُومًا لِّلشَّيَـٰطِينِۖ وَأَعْتَدْنَا لَهُمْ عَذَابَ ٱلسَّعِيرِ٥
En Wij hebben de nabije hemel met lampen opgesierd en die gemaakt om de satans ermee te stenigen. En Wij hebben voor hen de bestraffing van de vuurgloed klaargemaakt.
٦
وَلِلَّذِينَ كَفَرُواْ بِرَبِّهِمْ عَذَابُ جَهَنَّمَۖ وَبِئْسَ ٱلْمَصِيرُ٦
En voor hen die aan hun Heer geen geloof hechten is er de bestraffing van de hel; dat is pas een slechte bestemming!
٧
إِذَآ أُلْقُواْ فِيهَا سَمِعُواْ لَهَا شَهِيقًا وَهِىَ تَفُورُ٧
Wanneer zij erin geworpen worden horen zij het gekreun ervan terwijl zij overkookt.
٨
تَكَادُ تَمَيَّزُ مِنَ ٱلْغَيْظِۖ كُلَّمَآ أُلْقِىَ فِيهَا فَوْجٌ سَأَلَهُمْ خَزَنَتُهَآ أَلَمْ يَأْتِكُمْ نَذِيرٌ٨
Zij barst bijna van woede. Telkens als er een groep in wordt geworpen vragen haar bewakers: "Is er geen waarschuwer tot jullie gekomen?"
٩
قَالُواْ بَلَىٰ قَدْ جَآءَنَا نَذِيرٌ فَكَذَّبْنَا وَقُلْنَا مَا نَزَّلَ ٱللَّهُ مِن شَىْءٍ إِنْ أَنتُمْ إِلَّا فِى ضَلَـٰلٍ كَبِيرٍ٩
Dan zeggen zij: "Ja zeker, er is een waarschuwer tot ons gekomen, maar wij hebben
١٠
وَقَالُواْ لَوْ كُنَّا نَسْمَعُ أَوْ نَعْقِلُ مَا كُنَّا فِىٓ أَصْحَـٰبِ ٱلسَّعِيرِ١٠
En zij zeggen: "Hadden wij maar geluisterd of ons verstand gebruikt, dan waren wij nu niet bij hen die in de vuurgloed thuishoren."
١١
فَٱعْتَرَفُواْ بِذَنۢبِهِمْ فَسُحْقًا لِّأَصْحَـٰبِ ٱلسَّعِيرِ١١
En zij erkennen hun zonden. Weg dus met hen die in de vuurgloed thuishoren!
١٢
إِنَّ ٱلَّذِينَ يَخْشَوْنَ رَبَّهُم بِٱلْغَيْبِ لَهُم مَّغْفِرَةٌ وَأَجْرٌ كَبِيرٌ١٢
Maar voor hen die hun Heer in het verborgen vrezen is er vergeving en een groot loon.
Pagina 562 · ٥٦٢