De Koran lezen

Arabische tekst, vertaling en recitatie per aya.

المُمۡتَحنَةِ Al-Mumtahana · Juz 28 · Pagina 551
Hamzat wasl Madd (normaal) Madd (verplicht) Madd (toegestaan) Qalqalah Ghunnah Idghaam Stille letter
١٢
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ إِذَا جَآءَكَ ٱلْمُؤْمِنَـٰتُ يُبَايِعْنَكَ عَلَىٰٓ أَن لَّا يُشْرِكْنَ بِٱللَّهِ شَيْــًٔا وَلَا يَسْرِقْنَ وَلَا يَزْنِينَ وَلَا يَقْتُلْنَ أَوْلَـٰدَهُنَّ وَلَا يَأْتِينَ بِبُهْتَـٰنٍ يَفْتَرِينَهُۥ بَيْنَ أَيْدِيهِنَّ وَأَرْجُلِهِنَّ وَلَا يَعْصِينَكَ فِى مَعْرُوفٍ‌ۙ فَبَايِعْهُنَّ وَٱسْتَغْفِرْ لَهُنَّ ٱللَّهَ‌ۖ إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ١٢
O profeet, wanneer de gelovige vrouwen tot jou komen om jou trouw te zweren met de verplichting niets als metgezel aan God toe te voegen, niet te stelen, geen overspel te plegen, hun kinderen niet te doden, niet met lasterlijke slechtheid aan te komen die zij eigenhandig bij de geboorte verzinnen en jou in het redelijke niet ongehoorzaam te zijn, neem haar eed van trouw dan aan en vraag God voor haar om vergeving; God is vergevend en barmhartig.
١٣
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لَا تَتَوَلَّوْاْ قَوْمًا غَضِبَ ٱللَّهُ عَلَيْهِمْ قَدْ يَئِسُواْ مِنَ ٱلْأَخِرَةِ كَمَا يَئِسَ ٱلْكُفَّارُ مِنْ أَصْحَـٰبِ ٱلْقُبُورِ١٣
Jullie die geloven! Neemt geen medestanders op wie God vertoornd is. Zij hebben geen hoop voor het hiernamaals zoals de ongelovigen geen hoop hebben voor hen die in de graven zijn.
الصَّفِّ
61. As-Saff · Medinees · 14 aya's
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
١
سَبَّحَ لِلَّهِ مَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٲتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ‌ۖ وَهُوَ ٱلْعَزِيزُ ٱلْحَكِيمُ١
Wat er in de hemelen is en wat er op de aarde is prijst God en Hij is de machtige, de wijze.
٢
يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لِمَ تَقُولُونَ مَا لَا تَفْعَلُونَ٢
Jullie die geloven! Waarom zeggen jullie wat jullie niet doen.
٣
كَبُرَ مَقْتًا عِندَ ٱللَّهِ أَن تَقُولُواْ مَا لَا تَفْعَلُونَ٣
Het wekt bij God grote afschuw op als jullie zeggen wat jullie niet doen.
٤
إِنَّ ٱللَّهَ يُحِبُّ ٱلَّذِينَ يُقَـٰتِلُونَ فِى سَبِيلِهِۦ صَفًّا كَأَنَّهُم بُنْيَـٰنٌ مَّرْصُوصٌ٤
God bemint hen die in gesloten gelid op Zijn weg strijden alsof zij een hecht samengevoegd gebouw zijn.
٥
وَإِذْ قَالَ مُوسَىٰ لِقَوْمِهِۦ يَـٰقَوْمِ لِمَ تُؤْذُونَنِى وَقَد تَّعْلَمُونَ أَنِّى رَسُولُ ٱللَّهِ إِلَيْكُمْ‌ۖ فَلَمَّا زَاغُوٓاْ أَزَاغَ ٱللَّهُ قُلُوبَهُمْ‌ۚ وَٱللَّهُ لَا يَهْدِى ٱلْقَوْمَ ٱلْفَـٰسِقِينَ٥
Toen Moesa tot zijn volk zei: "Mijn volk! Waarom vallen jullie mij lastig. Jullie weten toch dat ik de gezant van God bij jullie ben." Maar toen zij naar het verkeerde neigden, liet God hun harten naar het verkeerde neigen. God wijst de verdorven mensen de goede richting niet.
Pagina 551 · ٥٥١