De Koran lezen
Arabische tekst, vertaling en recitatie per aya.
النَّجۡمِ
An-Najm · Juz 27 · Pagina 528
Hamzat wasl
Madd (normaal)
Madd (verplicht)
Madd (toegestaan)
Qalqalah
Ghunnah
Idghaam
Stille letter
٤٥
وَأَنَّهُۥ خَلَقَ ٱلزَّوْجَيْنِ ٱلذَّكَرَ وَٱلْأُنثَىٰ٤٥
En dat Hij de beide geslachten, het mannelijke en het vrouwelijke, geschapen heeft
٤٦
مِن نُّطْفَةٍ إِذَا تُمْنَىٰ٤٦
uit een druppel, wanneer die wordt uitgestort.
٤٧
وَأَنَّ عَلَيْهِ ٱلنَّشْأَةَ ٱلْأُخْرَىٰ٤٧
En dat de laatste totstandkoming Zijn taak is.
٤٨
وَأَنَّهُۥ هُوَ أَغْنَىٰ وَأَقْنَىٰ٤٨
En dat Hij het is die rijk maakt en die vermogen geeft.
٤٩
وَأَنَّهُۥ هُوَ رَبُّ ٱلشِّعْرَىٰ٤٩
En dat Hij de Heer van Sirius is.
٥٠
وَأَنَّهُۥٓ أَهْلَكَ عَادًا ٱلْأُولَىٰ٥٠
En dat Hij de 'Aad van eertijds heeft vernietigd
٥١
وَثَمُودَاْ فَمَآ أَبْقَىٰ٥١
en ook de Thamoed -- en dat Hij toen niets overliet --
٥٢
وَقَوْمَ نُوحٍ مِّن قَبْلُۖ إِنَّهُمْ كَانُواْ هُمْ أَظْلَمَ وَأَطْغَىٰ٥٢
en het volk van Noeh daarvoor al. Zij waren uiterst zondig en onbeschaamd.
٥٣
وَٱلْمُؤْتَفِكَةَ أَهْوَىٰ٥٣
En de ondersteboven gekeerde [stad] stortte Hij naar beneden.
٥٤
فَغَشَّـٰهَا مَا غَشَّىٰ٥٤
En die heeft Hij toen bedekt met de bedekking die Hij gaf.
٥٥
فَبِأَىِّ ءَالَآءِ رَبِّكَ تَتَمَارَىٰ٥٥
Welke weldaden van jouw Heer wil jij dan betwijfelen?
٥٦
هَـٰذَا نَذِيرٌ مِّنَ ٱلنُّذُرِ ٱلْأُولَىٰٓ٥٦
Dit is een waarschuwer als de eerdere waarschuwers.
٥٧
أَزِفَتِ ٱلْأَزِفَةُ٥٧
De aanstaande [opstanding] is nabij.
٥٨
لَيْسَ لَهَا مِن دُونِ ٱللَّهِ كَاشِفَةٌ٥٨
Niemand buiten God kan haar opheffen.
٥٩
أَفَمِنْ هَـٰذَا ٱلْحَدِيثِ تَعْجَبُونَ٥٩
Zijn jullie dan verbaasd over dit bericht?
٦٠
وَتَضْحَكُونَ وَلَا تَبْكُونَ٦٠
En lachen jullie en huilen jullie niet,
٦١
وَأَنتُمْ سَـٰمِدُونَ٦١
afgeleid als jullie zijn?
٦٢
فَٱسْجُدُواْ لِلَّهِ وَٱعْبُدُواْ ۩٦٢
Buigt dan eerbiedig neer voor God en dient [Hem]."
◆
القَمَرِ
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
◆
١
ٱقْتَرَبَتِ ٱلسَّاعَةُ وَٱنشَقَّ ٱلْقَمَرُ١
Het uur is nabijgekomen en de maan is gespleten.
٢
وَإِن يَرَوْاْ ءَايَةً يُعْرِضُواْ وَيَقُولُواْ سِحْرٌ مُّسْتَمِرٌّ٢
Maar als zij een teken zien wenden zij zich af en zeggen: "Voortdurende toverij."
٣
وَكَذَّبُواْ وَٱتَّبَعُوٓاْ أَهْوَآءَهُمْۚ وَكُلُّ أَمْرٍ مُّسْتَقِرٌّ٣
En zij loochenen het en zij volgen hun grillen. En alles heeft zijn vaste tijd.
٤
وَلَقَدْ جَآءَهُم مِّنَ ٱلْأَنۢبَآءِ مَا فِيهِ مُزْدَجَرٌ٤
Tot hen zijn er berichten gekomen die afschrikwekkend zijn;
٥
حِكْمَةُۢ بَـٰلِغَةٌۖ فَمَا تُغْنِ ٱلنُّذُرُ٥
een doeltreffende wijsheid. Maar de waarschuwingen baten niet.
٦
فَتَوَلَّ عَنْهُمْۘ يَوْمَ يَدْعُ ٱلدَّاعِ إِلَىٰ شَىْءٍ نُّكُرٍ٦
Keer je dus van hen af. Op de dag dat de oproeper tot iets vreselijks oproept
Pagina 528 · ٥٢٨