De Koran lezen
Arabische tekst, vertaling en recitatie per aya.
الذَّارِيَاتِ
Adh-Dhaariyat · Juz 27 · Pagina 523
Hamzat wasl
Madd (normaal)
Madd (verplicht)
Madd (toegestaan)
Qalqalah
Ghunnah
Idghaam
Stille letter
٥٢
كَذَٲلِكَ مَآ أَتَى ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِم مِّن رَّسُولٍ إِلَّا قَالُواْ سَاحِرٌ أَوْ مَجْنُونٌ٥٢
Zo is er ook tot hen die er voor hun tijd waren geen gezant gekomen zonder dat zij zeiden: "Een tovenaar of een bezetene."
٥٣
أَتَوَاصَوْاْ بِهِۦۚ بَلْ هُمْ قَوْمٌ طَاغُونَ٥٣
Hebben zij het soms aan elkaar opgedragen? Welnee, zij zijn onbeschaamde mensen.
٥٤
فَتَوَلَّ عَنْهُمْ فَمَآ أَنتَ بِمَلُومٍ٥٤
Keer je dus van hen af; jou treft dan geen blaam.
٥٥
وَذَكِّرْ فَإِنَّ ٱلذِّكْرَىٰ تَنفَعُ ٱلْمُؤْمِنِينَ٥٥
En vermaan, want de vermaning is nuttig voor de gelovigen.
٥٦
وَمَا خَلَقْتُ ٱلْجِنَّ وَٱلْإِنسَ إِلَّا لِيَعْبُدُونِ٥٦
Ik heb de mensen en de djinn slechts geschapen om Mij te dienen.
٥٧
مَآ أُرِيدُ مِنْهُم مِّن رِّزْقٍ وَمَآ أُرِيدُ أَن يُطْعِمُونِ٥٧
Ik wens door hen niet van levensonderhoud te worden voorzien en Ik wens niet dat zij mij voeden.
٥٨
إِنَّ ٱللَّهَ هُوَ ٱلرَّزَّاقُ ذُو ٱلْقُوَّةِ ٱلْمَتِينُ٥٨
God is de voorziener die sterke kracht heeft.
٥٩
فَإِنَّ لِلَّذِينَ ظَلَمُواْ ذَنُوبًا مِّثْلَ ذَنُوبِ أَصْحَـٰبِهِمْ فَلَا يَسْتَعْجِلُونِ٥٩
Maar voor hen die onrecht plegen is er een portie die even groot is als de portie van hun metgezellen. Zij moeten Mij dan maar niet vragen het te verhaasten.
٦٠
فَوَيْلٌ لِّلَّذِينَ كَفَرُواْ مِن يَوْمِهِمُ ٱلَّذِى يُوعَدُونَ٦٠
En wee hen die ongelovig zijn wegens hun dag die hun is aangezegd.
◆
الطُّورِ
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
◆
١
وَٱلطُّورِ١
Bij de berg.
٢
وَكِتَـٰبٍ مَّسْطُورٍ٢
Bij een boek dat is opgetekend
٣
فِى رَقٍّ مَّنشُورٍ٣
op opengerold perkament.
٤
وَٱلْبَيْتِ ٱلْمَعْمُورِ٤
Bij het in stand gehouden huis.
٥
وَٱلسَّقْفِ ٱلْمَرْفُوعِ٥
Bij het opgeheven dak.
٦
وَٱلْبَحْرِ ٱلْمَسْجُورِ٦
Bij de kolkende zee.
٧
إِنَّ عَذَابَ رَبِّكَ لَوَٲقِعٌ٧
De bestraffing van jouw Heer is aanstaande.
٨
مَّا لَهُۥ مِن دَافِعٍ٨
Niemand kan haar afweren
٩
يَوْمَ تَمُورُ ٱلسَّمَآءُ مَوْرًا٩
op de dag dat de hemel begint te trillen
١٠
وَتَسِيرُ ٱلْجِبَالُ سَيْرًا١٠
en de bergen bewegen.
١١
فَوَيْلٌ يَوْمَئِذٍ لِّلْمُكَذِّبِينَ١١
Wee op die dag de loochenaars,
١٢
ٱلَّذِينَ هُمْ فِى خَوْضٍ يَلْعَبُونَ١٢
zij die in geklets schertsen.
١٣
يَوْمَ يُدَعُّونَ إِلَىٰ نَارِ جَهَنَّمَ دَعًّا١٣
Op de dag dat zij in het vuur van de hel geduwd worden.
١٤
هَـٰذِهِ ٱلنَّارُ ٱلَّتِى كُنتُم بِهَا تُكَذِّبُونَ١٤
"Dit is het vuur waarvan jullie het bestaan loochenden.
Pagina 523 · ٥٢٣