De Koran lezen

Arabische tekst, vertaling en recitatie per aya.

الإِسۡرَاءِ Al-Israa · Juz 15 · Pagina 293
Hamzat wasl Madd (normaal) Madd (verplicht) Madd (toegestaan) Qalqalah Ghunnah Idghaam Stille letter
١٠٥
وَبِٱلْحَقِّ أَنزَلْنَـٰهُ وَبِٱلْحَقِّ نَزَلَ‌ۗ وَمَآ أَرْسَلْنَـٰكَ إِلَّا مُبَشِّرًا وَنَذِيرًا١٠٥
Met de waarheid hebben Wij hem neergezonden en met de waarheid is hij neergedaald en jou hebben Wij slechts gezonden als verkondiger van goed nieuws en als waarschuwer.
١٠٦
وَقُرْءَانًا فَرَقْنَـٰهُ لِتَقْرَأَهُۥ عَلَى ٱلنَّاسِ عَلَىٰ مُكْثٍ وَنَزَّلْنَـٰهُ تَنزِيلاً١٠٦
En een Koran hebben Wij in gedeelten opgedeeld opdat jij hem bedachtzaam aan de mensen zou voorlezen; Wij hebben hem in gedeelten neergezonden.
١٠٧
قُلْ ءَامِنُواْ بِهِۦٓ أَوْ لَا تُؤْمِنُوٓ[s[اْۚ] إِنَّ ٱلَّذِينَ أُوتُواْ ٱلْعِلْمَ مِن قَبْلِهِۦٓ إِذَا يُتْلَىٰ عَلَيْهِمْ يَخِرُّونَ لِلْأَذْقَانِ سُجَّدًا١٠٧
Zeg: "Gelooft erin of gelooft niet. Zij aan wie vroeger al kennis gegeven was vallen op hun kinnen in eerbiedige buiging neer, wanneer hij aan hen wordt voorgelezen."
١٠٨
وَيَقُولُونَ سُبْحَـٰنَ رَبِّنَآ إِن كَانَ وَعْدُ رَبِّنَا لَمَفْعُولاً١٠٨
En zij zeggen: "Geprezen zij onze Heer. De toezegging van onze Heer is uitgevoerd."
١٠٩
وَيَخِرُّونَ لِلْأَذْقَانِ يَبْكُونَ وَيَزِيدُهُمْ خُشُوعًا ۩١٠٩
En zij vallen op hun kinnen terwijl zij huilen en hun deemoed neemt erdoor toe."
١١٠
قُلِ ٱدْعُواْ ٱللَّهَ أَوِ ٱدْعُواْ ٱلرَّحْمَـٰنَ‌ۖ أَيًّا مَّا تَدْعُواْ فَلَهُ ٱلْأَسْمَآءُ ٱلْحُسْنَىٰ‌ۚ وَلَا تَجْهَرْ بِصَلَاتِكَ وَلَا تُخَافِتْ بِهَا وَٱبْتَغِ بَيْنَ ذَٲلِكَ سَبِيلاً١١٠
Zeg: "Roept God of roept de Erbarmer aan. Waarmee jullie ook aanroepen, Hij heeft de mooiste namen. En spreek niet luid bij je salaat en fluister daarbij ook niet, maar zoek naar een manier ertussenin."
١١١
وَقُلِ ٱلْحَمْدُ لِلَّهِ ٱلَّذِى لَمْ يَتَّخِذْ وَلَدًا وَلَمْ يَكُن لَّهُۥ شَرِيكٌ فِى ٱلْمُلْكِ وَلَمْ يَكُن لَّهُۥ وَلِىٌّ مِّنَ ٱلذُّلِّ‌ۖ وَكَبِّرْهُ تَكْبِيرَۢا١١١
En zeg: "Lof zij God die zich geen kind genomen heeft en die geen metgezel in de heerschappij heeft en die geen helper tegen de vernedering behoeft. En verheerlijk Zijn grootheid!"
الكَهۡفِ
18. Al-Kahf · Meccaans · 110 aya's
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
١
ٱلْحَمْدُ لِلَّهِ ٱلَّذِىٓ أَنزَلَ عَلَىٰ عَبْدِهِ ٱلْكِتَـٰبَ وَلَمْ يَجْعَل لَّهُۥ عِوَجَاۜ١
Lof zij God die het boek tot Zijn dienaar heeft neergezonden en die heeft gemaakt dat het geen afwijking heeft,
٢
قَيِّمًا لِّيُنذِرَ بَأْسًا شَدِيدًا مِّن لَّدُنْهُ وَيُبَشِّرَ ٱلْمُؤْمِنِينَ ٱلَّذِينَ يَعْمَلُونَ ٱلصَّـٰلِحَـٰتِ أَنَّ لَهُمْ أَجْرًا حَسَنًا٢
[een boek] dat juist is, om de mensen te waarschuwen voor een hevig geweld dat van Hem komt en om aan de gelovigen die de deugdelijke daden doen het goede nieuws te verkondigen dat er voor hen een goed loon is --
٣
مَّـٰكِثِينَ فِيهِ أَبَدًا٣
daarin zullen zij voor altijd verblijven --
٤
وَيُنذِرَ ٱلَّذِينَ قَالُواْ ٱتَّخَذَ ٱللَّهُ وَلَدًا٤
en om hen te waarschuwen die zeggen: "God heeft zich een kind genomen."
Pagina 293 · ٢٩٣