De Koran lezen

Arabische tekst, vertaling en recitatie per aya.

الرَّعۡدِ Ar-Ra'd · Juz 13 · Pagina 255
Hamzat wasl Madd (normaal) Madd (verplicht) Madd (toegestaan) Qalqalah Ghunnah Idghaam Stille letter
٤٣
وَيَقُولُ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ لَسْتَ مُرْسَلاً‌ۚ قُلْ كَفَىٰ بِٱللَّهِ شَهِيدَۢا بَيْنِى وَبَيْنَكُمْ وَمَنْ عِندَهُۥ عِلْمُ ٱلْكِتَـٰبِ٤٣
En zij die ongelovig zijn zeggen: "Jij bent geen gezondene." Zeg: "God is goed genoeg als getuige tussen jullie en mij en wie kennis van het boek hebben."
إِبۡرَاهِيمَ
14. Ibrahim · Meccaans · 52 aya's
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
١
الٓر‌ۚ كِتَـٰبٌ أَنزَلْنَـٰهُ إِلَيْكَ لِتُخْرِجَ ٱلنَّاسَ مِنَ ٱلظُّلُمَـٰتِ إِلَى ٱلنُّورِ بِإِذْنِ رَبِّهِمْ إِلَىٰ صِرَٲطِ ٱلْعَزِيزِ ٱلْحَمِيدِ١
A[lif] L[aam] R[aa?]. Een boek dat naar jou is neergezonden opdat jij de mensen met de toestemming van hun Heer uit de duisternis naar het licht brengt, naar de weg van de machtige, de lofwaardige.
٢
ٱللَّهِ ٱلَّذِى لَهُۥ مَا فِى ٱلسَّمَـٰوَٲتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ‌ۗ وَوَيْلٌ لِّلْكَـٰفِرِينَ مِنْ عَذَابٍ شَدِيدٍ٢
God, van wie is wat er in de hemelen en wat er op de aarde is. En wee de ongelovigen wegens een strenge bestraffing.
٣
ٱلَّذِينَ يَسْتَحِبُّونَ ٱلْحَيَوٲةَ ٱلدُّنْيَا عَلَى ٱلْأَخِرَةِ وَيَصُدُّونَ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ وَيَبْغُونَهَا عِوَجًا‌ۚ أُوْلَـٰٓئِكَ فِى ضَلَـٰلِۭ بَعِيدٍ٣
Zij die het tegenwoordige leven meer liefhebben dan het hiernamaals en die de weg van God versperren en verlangen dat het een kronkelweg is, zij zijn het die in vergaande dwaling verkeren.
٤
وَمَآ أَرْسَلْنَا مِن رَّسُولٍ إِلَّا بِلِسَانِ قَوْمِهِۦ لِيُبَيِّنَ لَهُمْ‌ۖ فَيُضِلُّ ٱللَّهُ مَن يَشَآءُ وَيَهْدِى مَن يَشَآءُ‌ۚ وَهُوَ ٱلْعَزِيزُ ٱلْحَكِيمُ٤
En Wij hebben geen gezant gezonden of het was in de taal van zijn volk om aan hen duidelijkheid te verschaffen. En God brengt tot dwaling wie Hij wil en Hij brengt op het goede pad wie Hij wil; Hij is de machtige, de wijze.
٥
وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا مُوسَىٰ بِـَٔـايَـٰتِنَآ أَنْ أَخْرِجْ قَوْمَكَ مِنَ ٱلظُّلُمَـٰتِ إِلَى ٱلنُّورِ وَذَكِّرْهُم بِأَيَّـٰمِ ٱللَّهِ‌ۚ إِنَّ فِى ذَٲلِكَ لَأَيَـٰتٍ لِّكُلِّ صَبَّارٍ شَكُورٍ٥
En Wij hadden Moesa met Onze tekenen gezonden: "Breng jouw volk uit de duisternis naar het licht en breng hun Gods dagen in herinnering; daarin zijn zeker tekenen voor ieder die geduldig volhardt en die dank betuigt."
Pagina 255 · ٢٥٥